Inleiding: Toonladders en Toonfuncties (patrickvd)


Deze inleiding is bedoeld om je inzicht te geven in de verschillende karakteristieken van de verschillende tonen van een toonladder. Als je je meer bewust bent van deze karakteristieken helpt dit je gehoor.

 

Toonladders en toonfuncties

 Een toonladder, majeur of mineur, bestaat uit zeven verschillende tonen. Deze tonen hebben binnen een toonladder een eigen karakter. Zo klinkt de 1e toon, de tonica, het meest stabiel, terwijl de toon die daar onder ligt, de 7e toon of de leidtoon, zeer instabiel: een leidtoon wil oplossen naar de tonica. Luister naar de bovenste toon van het volgende stuk:

 

Vb. 1 : Beethoven Symf. No. 1 opening



 

De toon die volgt kunnen we zonder gehoord te hebben al voorspellen.

 

Vb. 2 : Beethoven Symf. No. 1 opening


 

 

Het de bovenste noot van het eerste akkoord bevat een leidtoon die in het tweede akkoord naar boven oplost.

  

Onderstaand schema laat zien hoe de verschillende tonen in een majeur- en mineurtoonladder (harmonisch) zich verhouden. De plaats en werking van een bepaalde toon noemen we toonfunctie. Dus als in de oefeningen gevraagd wordt naar een toonfunctie, dan wordt een cijfer bedoeld; maar ook dat je de werking van deze toon hoort.  Het cijfer schrijf je op en de werking van de toon controleer je. Schrijf je bijvoorbeeld op dat het de 7e toon is (leidtoon), maar je hoort hem helemaal niet oplossen -of oplossen naar beneden, dan klopt er iets niet.

 

 

    7          2          4         6     7

                                          ➘                              âž˜

1          3          5            8 ( = 1)

 

 

De verschillende tonen:

1 – tonica toon: is de meest stabiele toon. Dit is de toon waar de meeste stukken op eindigen.

5 – dominants toon: is relatief stabiel. Klinkt meer als een tussentijdse stop. Vaak springen melodieën van 5 naar 1 als deze opmatig is, of van 1 naar 5.

3 – boven-mediant toon: kan stabiel zijn, maar heeft toch ook de neiging om nog verder te willen.

6 – onder-mediant toon: wil graag naar de 5, maar kan ook via de 7 naar de 8 (= 1)

4 – subdominants toon: wil graag naar de 3, vooral als deze onderdeel is van een dominant septiemakkoord.

2 – supertonica toon: wil graag naar de 1, maar kan ook naar de 3.

7 – leidtoon: is de meest instabiele toon, wil graag naar de 1.

 

Voorbeelden:

Bij de onderstaande voorbeelden gaan we naar wat korte fragmentjes uit stukken van Beethoven luisteren. Het gaat steeds om de laatste noot van het fragment. Aan de hand van deze laatste noot gaan we luisteren naar het typische karakter van de verschillende tonen binnen een toonladder. Het is belangrijk dat je de laatste noot ook hard op nazingt en ervaart wat deze toon zou ‘willen’: gewoon blijven liggen, of oplossen naar beneden of naar boven. Je zou dit in je stem moeten voelen.

 

**Luister bijvoorbeeld maar eens naar het tweede deel van het strijkkwartet op. 18 no. 2 van Ludwig van Beethoven. De eerste zin gaat zo:

 

Vb. 3 : strijkkwartet op. 18 no. 2


 


De muziek blijft als het ware net boven de grond hangen en wil nog verder:

 

Vb. 4 : strijkkwartet op. 18 no. 2


 


En eindigt hier. De laatste noot is de tonica, zeer stabiel en klinkt als einde.

Wat was nu de laatste noot van de eerste zin? Luister er nog eens naar en zing deze na. Wat wil deze noot?

 

**Het volgende voorbeeld is ook van Beethoven: strijkkwartet op. 18 no. 3, eerste deel:

 

Vb. 5 : strijkkwartet op. 18 no. 3


 

Hier ervaar je iets bijzonders: deze zin klinkt als een afsluiting, maar de laatste noot is niet de tonica. Zing de laatste noot en de tonica maar.

 

**In het tweede deel van de 1e Symfonie van Beethoven klinkt het begin zo:

 

Vb. 6 : Beethoven - 1e Symfonie, 2e deel

 


De laatste noot wil graag naar boven oplossen. Er is maar één toon die dat wil: de leidtoon (7)

 

Vb. 7 Beethoven - 1e Symfonie, 2e deel

 



**Bij het begin van Beethovens 7e symfonie horen we ook een noot die wil oplossen:

 

Vb. 8 : 7e symfonie



 

Maar nu naar beneden.

Welke toon is dit? Er zijn drie tonen die naar benden oplossen: 2, 4, 6. Je kan je vervolgens afvragen of deze toon oplost naar de tonica, terts of kwint.

 

Vb. 9 : 7e symfonie

 

 


**Dan het begin van Beethoven’s 8ste symfonie:

 

Vb. 10  : 8ste symfonie



 

Je kan dezelfde procedure volgen als bij voorbeeld 6: er zijn drie tonen die oplossen, naar welke toon lost deze op?

Het aardige is dat Beethoven hier de oplossing van deze toon uitstelt naar het einde van de volgende zin:

 

Vb. 11 : 8ste symfonie


 

(elke toon horen we dus aan het einde van dit fragment?)


Om vervolgens met veel bravour dit gedeelte te eindigen op de tonica:

 

Vb. 12 : 8ste symfonie



 

Tot slot het begin van Beethovens Strijkkwartet op. 18 No. 1

 

Vb. 13 : Strijkkwartet op. 18 No. 1

 


Hier hoor je een hele typische sprong naar beneden naar een relatief stabiele toon.

Het tweede motiefje lijkt op de eerste maar komt op een minder stabiele toon uit. Wat wil deze toon?

 

Vb. 14 : Strijkkwartet op. 18 No. 1